Studievaardigheden en kaartvaardigheden | studievaardigheden

In de weer met kaartvaardighedenIn de groepen 6, 7 en 8 van het basisonderwijs komt het vak studievaardigheden terug. Voor veel kinderen levert studievaardigheden problemen op. Zo ook het onderdeel kaartvaardigheden. Wat houden kaartvaardigheden in en hoe kunt u uw kind hier het beste op voorbereiden?

 

Kaartvaardigheden

Bij het onderdeel kaartvaardigheden wordt geoefend met kaarten en plattegronden. Bij kaartvaardigheden staan de volgende onderwerpen centraal:

  • kaarten lezen;
  • coördinaten bepalen;
  • routebeschrijvingen lezen en opvolgen;
  • gebruik maken van legenda’s;
  • conclusies trekken vanuit meerdere kaarten.

 

Kaartlezen

Kaarten hebben veel te vertellen. Zo kun je van een kaart aflezen hoe een land of een provincie heet, welke steden er zoal liggen en wat de hoofdstad is. Ook rivieren, gebergten, bossen en andere streken zijn uit een kaart op te maken. Tevens leren kinderen wat noord en zuid is en in welke winrichting ze een kaart moeten beschouwen. Andere kaarten zijn overzichtskaarten. Zij brengen details in beeld, zoals werkloosheidcijfers, gemiddelde inkomens, aantal kinderen per gezin en aantal sportverenigingen. Kinderen moeten dergelijke kaarten kunnen vertalen om antwoord te kunnen geven op vragen. Ook leren zij meerdere kaarten naast elkaar te lezen en daaruit conclusies te trekken.

 

Coördinaten bepalen

In sommige gevallen zijn er coördinaten opgenomen boven de kaarten. Zeker in het geval van zeeën en oceanen, waarin enkele eilandjes verstopt liggen, is dit handig. Kinderen kunnen dan aangeven in welk vak een bepaalde stad ligt, of juist aangeven welke stad in een bepaald vak. Het bepalen van de coördinatie gebeurt aan de hand van cijfers en letters op de horizontale en verticale lijnen. Door deze te volgen komt een kind op de precieze locatie uit. Ieder vak wordt dan vaak verdeeld in vier kleinere vakken – A, B, C en D – en kan de locatie nog preciezer aanduiden.

 

Routebeschrijvingen

Er zijn opgaven waarbij kinderen de kortste route in kaart moeten brengen, of de route langs een speciaal herkenningspunt. Deze routebeschrijvingen vragen veel van kinderen, want:

  • kinderen moeten aan kunnen geven welke kant iemand op moet op een kaart;
  • kinderen moeten de kaart kunnen vertalen naar een realistische ervaring;
  • kinderen moeten het overzicht bewaken op de kaart na het uitvoeren van enkele handelingen.

 

Legenda’s lezen

Legenda’s vertellen veel over een kaart. Zo geven ze aan wat er te zien is. De kleur groen geeft vaak weide of bos aan, maar dat is niet altijd het geval. Zeker bij overzichtskaarten kunnen lichtere en donkere kleuren een heel specifieke betekenis hebben. Door zich hiervan bewust te zijn kunnen kinderen de kaarten nog beter interpreteren en begrijpen. Zo halen ze het beste uit iedere kaart naar boven en zijn ze in staat om gericht en onderbouwd antwoord te geven op de gestelde vraag.

 

Kaartvaardigheden oefenen

De toetsen studievaardigheden staan bekend om hun moeilijkheid. Om ervoor te zorgen dat uw kind hierbij beter scoort, kunt u kaartvaardigheden oefenen. Dat doet u bijvoorbeeld door regelmatig samen een Bosatlas open te slaan. Ook Google Earth of Google Maps kan helpen om te begrijpen wat kaarten inhouden en wat ze te vertellen hebben. Tot slot kan het helpen om uw kind zelf een kaart of plattegrond, incluis legenda, te laten maken van de straat of het dorp of de stad. Zo is uw kind goed bezig met kaartvaardigheden en worden de abstracte begrippen omgezet in iets concreets. De ervaring leert dat het kinderen dan beter bijblijft allemaal.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *